05 maart 2008
De provincie Overijssel heeft terecht Twence een ontheffing verleend voor het storten van een gelimiteerde hoeveelheid brandbaar afval op de locatie Elhorst-Vloedbelt in Zenderen. Dit is de uitkomst van twee procedures bij de Raad van State waarbij de gemeenteraad van Borne, B en W van Borne, de Stichting Gemeenschapsbelangen Zenderen en anderen vroegen om een voorlopige voorziening om het storten direct stop te zetten. De Raad van State heeft de uitspraken (uitspraak 1) (uitspraak 2) vandaag gepubliceerd.
De provincie had de ontheffing verleend op basis van een zogeheten ‘vollastverklaring’ door de minister van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening & milieu. Dit wordt gedaan wanneer de capaciteit van de gezamenlijke afvalverbrandingsinstallaties in Nederland niet toereikend is al het brandbare afval te verwerken en er ook geen andere mogelijkheden zijn voor verwerking van dit afval. In dit geval ging het om een ontheffing in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden voor ruim 70.000 ton afval in een aantal categorieën, te storten tussen 1 januari 2008 en 30 juni 2008.
In de zitting hadden de bezwaarden, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, aangevoerd dat de minister en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel de procedures voor zo’n ontheffing niet juist hadden gevolgd. Daardoor zou de ontheffing niet rechtsgeldig zijn, stelde de heer Middelkamp. Mr. drs. R. van der Wal, de vertegenwoordiger van Twence, bracht daar in de zitting tegenin dat Middelkamps stelling dat de provincie Overijssel onder meer had moeten toetsen aan het Besluit Luchtkwaliteit 2005 niet juist was omdat dit besluit inmiddels is vervallen. “De heer Middelkamp beroept zich op vervallen wetgeving,” stelde de jurist.
In de motivatie voor de uitspraak geeft de Raad van State aan dat minister en GS van Overijssel zich volledig aan de geldende regels hebben gehouden en daarbij de correcte toetsingscriteria hebben gehanteerd. Er is dus geen enkele reden om een voorlopige voorziening te treffen, waardoor het storten beëindigd zou moeten worden, stelt het hoogste rechtscollege in zijn uitspraak.
|