|
Milieuorganisaties volgen de ontwikkelingen nauwgezet en staan vaak kritisch tegenover bio-energie. De belangrijkste argumenten:
· |
Er is vaak onduidelijkheid over de herkomst van de biomassa: zonder inzicht in productie, vervoer en verwerking, is duurzaamheid niet te meten. |
· |
Bij veel biomassaverwerking komen schadelijke stoffen vrij; dat geldt voor mest, rioolslib en sloophout. Het gaat om zware metalen, chloor, zwaveloxide en fijn stof, maar ook broeikasgassen zoals methaan, lachgas (N2O) en fluorgas. |
· |
Teelt van biomassa voor bio-energie kan wereldwijd de biodiversiteit en onze voedselproductie bedreigen, door houtkap en tekort aan akkerbouwgronden; dat geldt voor palmolieproductie, waarvoor mogelijk tropisch regenwoud moet wijken. |
· |
bio-energie concurreert met duurzaam hergebruik van materialen (vooral hout, en GFT uit huishoudafval), en stimuleert de niet-duurzame bio-industrie (kippenmest). |
· |
Er zijn mogelijk negatieve sociale gevolgen van bio-energie. Bijvoorbeeld voor ontwikkelingslanden, waar massale teelt van bio-energiegewassen kleinschalige landbouw mogelijk wegconcurreert, of natuurgebieden bedreigt. |
(bron: www.milieucentraal.nl)
|
 |
|