Boeldershoek-oost waar de stoomleiding komt te liggen, grenst aan het landschap van Twekkelo. Het gebied kenmerkt zich door kleinschaligheid en een afwisseling van landbouwgronden, houtwallen en bosjes. Om die reden hebben de ontwerpers zeer veel aandacht besteed aan de inpassing van de leiding in het landschap. De opzet is dat de leiding dankzij opgaande beplanting zo goed als onzichtbaar wordt.
Voor die inpassing maken de ontwerpers gebruik van houtwallen zoals die voorkomen in het Twentse landschap. Deze houtwallen zullen bestaan uit bomen met onderbeplanting, zoals eiken, berken en meidoorn, lijsterbes en vlier. Door ook gebruik te maken van groenblijvende beplating is verzekerd dat de stoomleiding ook in de wintermaanden voldoende aan het zicht onttrokken is.
Zoals gebruikelijk bij een houtwal komt de beplanting op een wal te staan. Deze wal is ongeveer een meter hoog. Dat betekent dat de leiding, die tot 2 meter hoogte reikt, al snel aan te oog onttrokken zal zijn. Om dit proces wat te versnellen zal de wal aanvankelijk eventueel wat dichter worden beplant. Wanneer de beplanting, heesters, struiken en bomen, zijn uitgegroeid, kan de beplanting worden gedund.
Op de tekening is te zien hoe de houtwallen het zicht op de stoomleiding wegnemen. Een aardig detail is dat de onderhoudsweg die langs de leiding komt straks ook onderdeel kan vormen van de Stiewelpaden, de wandelroutes door Twekkelo. Op die manier krijgt de stoomleiding ook nog een toeristische functie.
De foto laat een houtwal zien, zoals die veel in het Twentse landschap voorkomen. Aan de linkerkant van de foto is te zien hoe de wal een auto aan het zicht onttrekt. De stoomleiding zal ongeveer een zelfde hoogte krijgen.
|