Wat doen wij
Storten en opslag

 

Afval dat niet geschikt is voor hergebruik, niet verbrand kan worden en ook niet valt onder een stortverbod wordt gestort op één van onze stortlocaties. De aard van het afval is daarbij bepalend hoe het gestort kan en mag worden.
Dat gebeurt onder meer aan de hand van de gevarenklassen waarin afval is verdeeld, van C1 tot C4. Daarbij is C1 de hoogste gevarenklasse, C4 de laagste. Twence beschikt over stortcompartimenten die voldoen aan de criteria voor stort van C2, C3 en C4 afval.

Berging gevaarlijk afval (C2)

In het zogenaamde C-2 stortcompartiment werden tot 2003 de reststoffen van de afvalverbrandingsinstallatie opgeslagen, die niet geschikt zijn voor hergebruik. Het gaat dan om de reststoffen van de rookgasreiniging van de avi. Dit is drie tot vier procent van de oorspronkelijke hoeveelheid afval die naar binnen wordt gebracht. Deze reststoffen werden goed verpakt in zogenaamde ‘big bags’, alvorens ze in de C2-opslag worden geplaatst.

Er zijn in dit aparte stortcompartiment extra isolerende voorzieningen getroffen, zodat de reststoffen veilig kunnen worden geborgen.

Sinds begin 2003 worden deze reststoffen nuttig toegepast als vulstof voor lege mijngangen in Duitse zout- en kolenmijnen. De C-2 deponie is niet meer in gebruik en wordt voorzien van een eindafdekkingslaag.

Berging gevaarlijk afval (C3 )

De C3-deponie is geschikt voor het storten van matig uitloogbare, vaste anorganische gevaarlijke afvalstoffen. Een aantal categorieën afvalstromen komt voor deze definitieve vorm van eindverwerking in aanmerking, zoals bijvoorbeeld galvano-filterkoek, straalstof, stuifgevoelig asbest en zouten.

Ongevaarlijk afval (C4)

Hierbij valt te denken aan afval uit putten, kolken, rioleringen, vijvers, waterlopen en sedimentatie, afvalmateriaal dat asbest bevat, asbesthoudende en niet-reinigbare grond.